‘Een ware plaag, die vertalingen’    41-50

Giovanni Verga en de negentiende-eeuwse vertaalpraktijk in Frankrijk

Linda Pennings

‘De roman van Verga is slecht vertaald.’ Zo oordeelt Lodewijk van Deyssel in 1891 over de Nederlandse vertaling van Mastro-don Gesualdo. De Italiaanse schrijver zelf heeft het waarschijnlijk niet geweten; en had hij het geweten, dan was hij waarschijnlijk niet verbaasd. In de tien voorgaande jaren hadden de Franse vertalingen van zijn werk hem de illusie ontnomen dat zijn verhalen en romans ‘vertaalbaar’ waren. Vertaalbaar waren ze wel gebleken, volgens de destijds in Frankrijk gangbare criteria, maar deze stonden ver af van wat Verga bij een vertaling voor ogen stond.

De briefwisseling tussen Giovanni Verga (1840–1922), die in het kielzog van Zola’s naturalisme met zijn werk het Italiaanse verismo vormgaf, en zijn Franse vertaler Édouard Rod (1857–1910) biedt een levendig kijkje in de vertaalpraktijk aan het eind van de negentiende eeuw. De esthetisch-literaire idealen van de schrijver botsen met de pragmatische principes van zijn vertaler, en de door de schrijver geambieerde roem over de grenzen slaat om in verbittering door onbetaalde royalty’s, geschonden auteursrechten, onverschillige kritiek en ondeugdelijke vertalingen.

Lees verder in de papieren Filter