Over Het temmen van de Scyth. De vroege Nederlandse receptie van F.M. Dostojevskij van Pieter Boulogne    49-55

Willem G. Weststeijn

Pieter Boulogne, Het temmen van de Scyth. De vroege Nederlandse receptie van F.M. Dostojevskij. Amsterdam: Pegasus, 2011, 770 p. [Pegasus Oost-Europese Studies 17] isbn 978 90 6143 356 9

De massieve studie van Pieter Boulogne – als dissertatie verdedigd bij de Katholieke Universiteit van Leuven – richt zich op een niet erg courant onderwerp van de vertaalwetenschap: de vertalingen van het werk van een schrijver gedurende een bepaalde periode en in een bepaald taalgebied. Kritische besprekingen van een ‘losse’ vertaling zijn er te kust en te keur. Systematisch onderzoek naar wat er allemaal van een schrijver is vertaald en hoe dat is gebeurd, is nogal zeldzaam. Alleen al daarom is Boulognes boek de moeite waard. Het laat zien hoe zulk onderzoek kan worden aangepakt en wat het oplevert: anders dan bij de bespreking van een aparte vertaling gaat het niet alleen om vertaalproblemen en vertaalstrategieën, maar komen, veel breder, ook cultureel-historische omstandigheden aan de orde en wordt een relatie gelegd tussen vertalingen en de tijd waarin de vertalingen tot stand zijn gekomen. Vertaalwetenschap en receptiewetenschap komen zo op een interessante manier bij elkaar. Je zou zelfs kunnen spreken van een symbiose.

Boulogne is slavist en het is dus niet verwonderlijk dat hij zich voor zijn onderzoek op een Russische schrijver heeft gestort: Dostojevski, die eigenlijk pas na zijn dood in 1881 in het Westen bekend werd, eerst door de literatuurkritiek werd binnengehaald en aan wie vervolgens, via vertalingen, een groeiende belangstelling van het lezerspubliek ten deel viel. In zijn studie beperkt Boulogne zich tot de allereerste fase van de Dostojevskireceptie, die hij laat duren tot aan de Eerste Wereldoorlog. Dat is aan de ene, vertaalwetenschappelijke kant, geheel begrijpelijk: een gedegen bespreking van de vertalingen die er in deze periode zijn verschenen vormt al een boek op zich. Maar receptiewetenschappelijk gezien is het een beetje jammer. De Dostojevskireceptie kenmerkt zich door nogal sterke fluctuaties in de waardering voor de schrijver. Dostojevski was bijzonder populair na de Eerste Wereldoorlog, werd op handen gedragen door de existentialisten en beleeft ook nu weer, in het huidige post-postmodernistische tijdperk, waarin ironie en ‘alles is geoorloofd’ heeft plaatsgemaakt voor ernst en ge- en verboden, een duidelijke comeback.1 Het zou interessant geweest zijn deze veranderende receptie te verbinden met de verschenen vertalingen, maar we kunnen Boulogne moeilijk verwijten dat hij dat niet heeft gedaan: hij zou een minimaal nog twee keer zo dik boek hebben moeten schrijven.

Lees verder in de papieren Filter