Een complex samenspel van factoren    57-66

Over de boom van de Spaans-Amerikaanse literatuur in Frankrijk en Nederland

Christine Savariaud
Vertaling: Ilse Logie

Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw kende de Spaans-Amerikaanse fictie een enorme bloeiperiode, waarvoor de internationale literatuurkritiek het omstreden etiket boom bedacht. Het nadeel van deze term is dat hij op twee verschillende facetten van het verschijnsel van toepassing is, namelijk zowel op de productie als op de verspreiding van de Spaans-Amerikaanse literatuur. De boom slaat immers niet alleen op de uitbarsting van literaire activiteit in Latijns-Amerika die in de jaren veertig van de vorige eeuw een aanvang nam, maar ook op de grootschalige introductie vanaf pakweg de jaren zestig in Europa en de Verenigde Staten van deze tot dan toe vrij lokale literatuur.

Rayuela

Ondanks de internationale dimensie van het verschijnsel zijn het verloop en de verspreiding van de boom in de verschillende landen nogal specifiek. In bestaande studies over de receptie van de boom wordt hier vaak aan voorbijgegaan en wordt vooral gewerkt met algemene modellen en gratuite aannames,1 terwijl je door stil te staan bij de onderscheiden particuliere kenmerken greep kunt krijgen op de complexiteit van deze processen, iets waarin een algemene theorie noodgedwongen tekort schiet.

Dit artikel is gebaseerd op mijn proefschrift, waarbij zowel de vertaling als de receptie van de vier boegbeelden van de boom (Gabriel García Márquez, Mario Vargas Llosa, Julio Cortázar en Carlos Fuentes, onder wie twee Nobelprijswinnaars) in Frankrijk en Nederland systematisch met elkaar werden vergeleken.2 Hoewel ik het in de conclusies vooral over Nederland wil hebben, levert juist een vergelijking met Frankrijk hiervoor interessant materiaal aan. Eerst en vooral omdat de twee landen een zeer verschillende positie bekleden binnen de mondiale literaire ruimte zoals gedefinieerd door sociologen als Johan Heilbron (1999) en Pascale Casanova (1999, 2002): relatief centraal (Frankrijk) versus semi-perifeer (Nederland). Ook verhouden ze zich traditioneel anders tegenover de Spaans-Amerikaanse literatuur. Bedoeling is om aan de hand van deze casestudy’s na te gaan wat de plaats is die beide literaire ruimtes innemen in het internationale literaire veld, en wat de gevolgen hiervan zijn. In mijn onderzoek heb ik gebruikgemaakt van inzichten die ervan uitgaan dat het transnationale verkeer in het algemeen mutatis mutandis ook toepasbaar is op het literaire (vertaal)veld, in die mate dat er sprake kan zijn van een ‘wereldvertaalstelsel’ (Heilbron & Sapiro 2002). Vertalingen staan immers niet op zich: tussen de oorspronkelijke tekst en de vertaling speelt zich een hele reeks van werkzaamheden af die worden uitgevoerd door een internationaal netwerk van schrijvers, agenten, vertalers, critici en kenners.

Lees verder in de papieren Filter