De drooglieden van de Levantse handel    23-31

‘… de groote mobile van de geheele machine…’

Theo Hermans

In de jaren 1830 reisde de Belgische journalist René Spitaels van Brussel naar Constantinopel en terug. Zijn verslag, De Bruxelles à Constantinople, par un touriste flamand, verscheen in 1839 in drie delen. ‘Het is algemeen bekend,’ schreef Spitaels, ‘dat de Levant door drie soorten rampen geteisterd wordt, namelijk de pest, branden en dragomans.’ Deze dragomans waren de tolken die de contacten tussen Europese mogendheden en de Ottomaanse wereld verzorgden, niet alleen in Constantinopel – voordien Byzantium geheten, het huidige Istanboel – maar evenzeer in andere steden van het Ottomaanse Rijk. Ze hadden blijkbaar geen goede naam, maar ze waren onmisbaar.

Ook het Nederlandse gezantschap, dat al sinds 1612 in Constantinopel gevestigd was, maakte gebruik van tolken. Hoe ging dat in zijn werk? Waar haalde men tolken vandaan die voldoende Turks en Arabisch kenden en vertrouwd waren met de geplogenheden van de Ottomaanse diplomatie? Wat hadden de Nederlandse vertegenwoordigers over hun tolken te zeggen? Over de geschiedenis van het vertalen in en uit het Nederlands is inmiddels het een en ander bekend, maar daarbij gaat het meestal over vertalingen op papier. De geschiedenis van het tolken in de Nederlanden of in Nederlands (inclusief Zuid-Nederlands) dienstverband is een nog vrijwel onbeschreven blad. Die lacune zou verbazing moeten wekken. Een kleine tweehonderd jaar lang bezaten in het oostelijk halfrond de Vereenigde Oostindische Compagnie (voc) en in het westelijk halfrond de Westindische Compagnie (wic) talloze handelsposten, forten, havens en nederzettingen die alle een druk verkeer met de plaatselijke bevolkingen onderhielden. Daar moet voortdurend allerhande tolkwerk aan te pas gekomen zijn. De historische bronnen maken dan ook geregeld melding van tolken en andere taalbemiddelaars. Het komt erop aan de documenten op een gerichte manier uit te kammen en de talrijke terloopse verwijzingen in elkaar te weven.

In het onderstaande probeer ik een tipje van de sluier op te lichten wat betreft de tolken in Nederlandse dienst in de Levant van ongeveer 1600 tot 1800. De meeste primaire documenten die ik citeer komen uit de zesdelige collectie Bronnen tot de geschiedenis van den Levantschen handel van K. Heeringa en J.G. Nanninga, op het internet beschikbaar en doorzoekbaar.  De belangrijkste secundaire literatuur staat vermeld in de bibliografie.

Lees verder in de papieren Filter