'Der wereld letterkunde - voor Nederlanders bewerkt'    58-72

Over vertaalverloop en de beschikbaarheid van klassieken in vertaling

Herman Brinkman

Van oudsher zijn vertalingen gedoemd te bestaan als tweederangs teksten: ze verouderen sneller dan hun origineel, verliezen dan hun aantrekkingskracht op de lezers en daarmee hun waarde voor de boekhandel. Gewoonlijk zijn ze al afgedankt wanneer de oorspronkelijke werken nog hoog in aanzien staan. Nog niet zo lang geleden werkten vertalers voor een hongerloon en leverden bijgevolg vaak haastwerk af. Dat heeft veel bijgedragen aan de nog altijd niet geheel verdwenen status van vertalingen als onzuivere representaties van ‘echte’ literatuur.

Vertalingen bezitten eigenschappen die hen in de ogen van velen tot teksten van een minder statuur maken, maar paradoxaal genoeg vormen juist die eigenschappen de reden dat een groeiend aantal tekst- en literatuurwetenschappers door het fenomeen vertalen gefascineerd raakt. Literaire vertalingen (daar beperk ik me nu toe) hebben door hun beperkte houdbaarheid een historische dimensie die dikwijls tastbaarder lijkt – of tenminste beter waarneembaar – dan die van hun ‘tijdloze’ originelen. Daarnaast bezitten ze een belangrijke eigenschap die de originelen missen: ze maken deel uit van het tekstuele universum van hun eigen taalgebied en zijn daardoor zelfstandige culturele objecten. Vanuit een cultuurhistorisch perspectief moet elke vertaling dan ook als uniek en onvervangbaar worden beschouwd. Vertalingen zijn verder de meest directe vertegenwoordigers van een auteur in den vreemde, ze getuigen van de literaire horizon van het grote lezerspubliek en ze bieden de historicus waardevolle aanwijzingen voor de respons van een land of taalgebied op omliggende of verafgelegen culturen.

Vooral binnen kleinere taalgebieden maken vertalingen een fors deel uit van de leescultuur, waardoor ze, via het mechanisme van smaakvorming onder het grote publiek en de bijbehorende lezersvraag, een belangrijke, zij het soms indirecte bijdrage kunnen leveren aan de vorming van de nationale literatuur. In veel gevallen hebben vertalingen een rol gespeeld bij veranderend leesgedrag en daarmee de weg geplaveid voor auteurs die nieuwe genres wilden beproeven. Het is voor auteurs nu eenmaal gemakkelijker om te schrijven binnen een gevestigd genre dan om er zelf een te introduceren. Zo is het gegaan bij de komst van de griezelroman, de detectiveroman en de sciencefictionroman, om enkele moderne ontwikkelingen te noemen, maar ook in vroegere perioden gebeurde dit. Het Nederlandse taalgebied is daarbij uitermate receptief gebleken. De geschiedenis leert dat Nederlandse auteurs op het wereldtoneel geen rol van betekenis hebben gespeeld bij literaire genre-innovaties. Nieuwe genres daarentegen zijn bij ons importproducten en veel meer van wat wij als ‘typisch nationaal’ geneigd zijn te beschouwen gaat direct terug op buitenlandse voorbeelden.

Lees verder in de papieren Filter