Filter vertaalprijs

Download het artikel

Juryrapport Filter Vertaalprijs 2017    

Jury Filter Vertaalprijs 2017
 

De jury van de Filter Vertaalprijs 2017, bestaande uit Anne van Buul, Jan Gielkens, Rivkah Zeeman, Ivo Smits en ondergetekende, reikt vanavond de prijs uit aan de vertaler van het boek dat volgens haar het predicaat van de meest bijzondere vertaling van het afgelopen jaar verdient. Aan de prijs is een geldbedrag van 10.000 euro verbonden, dat ter beschikking wordt gesteld door de uitgeverijen Athenaeum, De Arbeiderspers, De Bezige Bij, Historische Uitgeverij, Lebowski, Meulenhoff, Podium, Van Oorschot, Vantilt en Wereldbibliotheek, plus een anonieme begunstiger.

Linda Pennings, juryvoorzitter, maakt de winnaar van de Filter Vertaalprijs 2017 bekend tijdens het International Literature Festival Utrecht.

Zo eenduidig als het klinkt – de meest bijzondere vertaling van 2016 – zo veelduidig blijkt dat predicaat zodra de jury de mogelijke criteria formuleert die een vertaling bijzonder maken: creativiteit en vindingrijkheid in het overbruggen van taal- en cultuurverschillen, zoals het statuut vermeldt; maar ook filologische diepgang, literair meesterschap, een aan onvertaalbaarheid grenzende moeilijkheidsgraad, de ontsluiting van belangwekkend cultureel erfgoed, een interpretatie of vertaalstrategie die nieuwe aspecten van de brontekst belicht of een nieuw doelpubliek aanspreekt, een opvallende verrijking van de Nederlandse literatuur, enzovoort.

De jury heeft geen specifieke criteria gekozen, maar alle mogelijke criteria in aanmerking genomen bij het lezen en bespreken van een longlist van ongeveer 120 titels. Daarbij was kwaliteit een eerste ijkpunt; en kwaliteit vond de jury, tot haar vreugde, in ruime mate in de grote diversiteit aan vertalingen die het jaar rijk was: proza, poëzie en non-fictie, vergeten meesterwerken, hervertaalde klassieken en eigentijdse debuten, afkomstig uit velerlei taalgebieden, uitgegeven door grote maar ook een verheugend aantal kleine uitgeverijen, vertaald door gerenommeerde en door beginnende vertalers.

De vijf vertalingen die de jury na zorgvuldig beraad op de shortlist van nominaties heeft geplaatst weerspiegelen iets van die diversiteit, van talen (Duits, Frans, Russisch, Engels en Tsjechisch), van tijden (van de 17e tot de 21e eeuw), van genres (een allegorie, kinderverzen, een Bildungsroman, een ‘patafysische’ novelle, postmoderne verhalen), van stijlen (lyrisch, realistisch, satirisch, macaronisch, absurdistisch); en van vertalers (aanstormend talent, vertalers met een rijk oeuvre, Nijhofflaureaten). Een gemeenschappelijk kenmerk is dat al deze vertalingen teksten zijn van auteurs die sinds enkele eeuwen, decennia of jaren overleden zijn. Vertalers zijn, zodra ze aan het werk gaan met teksten uit een afgerond, gecanoniseerd of ten onrechte vergeten oeuvre, ook erfgoedbeheerders van onschatbare waarde.

Deze vertalingen troffen de jury vanwege hun uitzonderlijke kwaliteit; daarbij onderscheidden ze zich als bijzonder, zoals door de jury omschreven is in de vorige maand in Filter gepubliceerde nominatieteksten.

Met het bijzondere dat elk van deze vijf titels onderscheidt maken de vertalers zich op een interessante wijze ‘zichtbaar’. Zoals Italo Calvino, in zijn beroemde Zes memo’s voor het volgende millennium, zichtbaarheid als een van de zes te koesteren waarden van de literatuur opvoert, zo kan zichtbaarheid ook als een waarde van de vertaling worden beschouwd die in de volgende millennia gekoesterd en versterkt mag worden. Een waarde die, zoals ook Italo Calvino in zijn memo’s telkens benadrukt, geenszins de tegengestelde waarde ontkent. Zo wordt er dikwijls overtuigend gepleit voor de onzichtbaarheid van de vertaler, zoals recentelijk door de Nijhoffprijswinnaars van 2016 en 2017, Babet Mossel en Karol Lesman, met metaforen als, respectievelijk, de gecamoufleerde kameleon en de verscholen kluizenaar.1

Maar sinds Lawrence Venuti in 1995 een lans brak voor de zichtbaarheid van de vertaler, heeft dit begrip in de reflectie over vertalen post gevat, in een brede waaier aan betekenissen. De kern daarvan kan misschien worden verwoord als het bewustzijn en de bewustmaking dat vertaalde literatuur wel ten volle tot de literatuur behoort, maar wezenlijk verschilt van niet-vertaalde literatuur. Het is literatuur in voortdurende beweging, als de kinetische machines van Jean Tinguely, zoals Ton Naaijkens onlangs treffend heeft betoogd.2 Die beweging tussen culturen, talen en teksten, de dynamiek van het vertalen met de persoon van de vertaler als drijvende en sturende kracht, wordt op een bijzondere manier inzichtelijk gemaakt in de vijf genomineerde vertalingen.

Leen Van Den Broucke en Iannis Goerlandt maken zich in Korte gesprekken met afgrijselijke mannen als vertalers zichtbaar door een heel eigen stempel te drukken op hun creatieve herschepping van het bonte taalspektakel van David Foster Wallace. Het resultaat is een even zo weelderige taalbrij van registers, jargons en oeverloze zinnen, waarbij niet is gestreefd naar letterlijkheid op woordniveau maar naar gelijkwaardig effect binnen een groter geheel. De durf, verve en grenzeloze vindingrijkheid die hierbij zijn ingezet hebben een grandioze vertaling opgeleverd die de persoonlijke signatuur van de vertalers toont en volkomen recht doet aan de betekenis en de stijl van het origineel.

In zijn virtuoze vertaling van Comenius’ Het labyrint van de wereld en het paradijs van het hart laat Kees Mercks zien dat het de vertaler is die het origineel een specifiek gezicht geeft. Om met de woorden van Ard Posthuma te spreken: ‘In de spiegel van elke nieuwe vertaling verandert het kunstwerk van gezicht.’3 Kees Mercks geeft alle ruimte aan het literaire meesterwerk dat in de brontekst vervat ligt. Het spel van klank en ritme dat de danteske taferelen en lyrische zielenroerselen een esthetische zeggingskracht verleent is door de vertaler zo magistraal overgebracht, dat het werk in een nieuw licht komt te staan en een breed literatuurminnend lezerspubliek aanspreekt.

De kleurrijke bloemlezing Bij mij op de maan. Een keuze uit de Russische kindergedichten vanaf de zeventiende eeuw, liefdevol samengesteld, deskundig toegelicht en magnifiek vertaald door Robbert-Jan Henkes, brengt de vertaler voor het voetlicht die als culturele bemiddelaar een bijzonder literair erfgoed door ruimte en tijd laat reizen, en die met zijn initiatief en zijn passie de doelcultuur verrijkt. In zijn van taalplezier bruisende vertaling van een grote variëteit aan genres en stijlen, alsmede in de uitstekend verzorgde paratekst, brengt de vertaler de twee culturen op treffende wijze samen. Het resultaat is tijdloze poëzie, voor kinderen, maar zeker ook voor een leeftijdloze lezer.

Wie Groene Heinrich van Gottfried Keller leest raakt van de eerste tot de laatste zin van deze omvangrijke roman betoverd door de briljante wijze waarop Peter Kaaij de schrijver een Nederlandse stem geeft, die, zoals zijn originele stem, complex en heterogeen is maar tegelijkertijd perfect gepolijst en uitgebalanceerd. Deze stem, waarin filologische precisie en bevlogen creativiteit samensmelten, is het indrukwekkende resultaat van een doorwrochte vertaalpoëtica die de vertaler in het lijvige nawoord uitgebreid verantwoordt. Zo worden grondig afgewogen keuzes en strategieën, de wording van vertaalkunst in zijn hoogste vorm, voor de lezer zichtbaar gemaakt.

Liesbeth van Nes waagde zich aan de welhaast onvertaalbare roman van Alfred Jarry, Roemruchte daden en opvattingen van doctor Faustroll, patafysicus en is er meesterlijk in geslaagd zijn bizarre, ondoorgrondelijke en plurilinguïstische stijl in het Nederlands over te brengen. In een tijdsbestek van 22 jaar vertaalde ze de roman driemaal, telkens opnieuw, gebruikmakend van nieuwe commentaren om de interpretatie steeds verder toe te spitsen en van nieuwe taalreservoirs om het effect van Jarry’s registers steeds dichter te benaderen. Met haar meervoudige zelfhervertaling, als ook met het fascinerende notenapparaat waarvoor mede een collectief van deskundigen tekende, maakt zij de dynamiek die ten grondslag ligt aan elk vertaalproces expliciet inzichtelijk.

De jury zwaait de zes vertalers de grootste lof toe voor hun excellente en bijzondere vertaalprestaties. De prijs kent zij toe voor de vertaling waarin zij het speerpunt van de bijzonderheid tot de hoogste macht verheven ziet. Het is de vertaling waarin de rol van de literair vertaler in al haar facetten voor het voetlicht wordt gebracht: de vertaler als virtuoze taalkunstenaar, als gedreven deskundige, als initiatiefrijke bemiddelaar, die met zijn boek een rijk spectrum aan lezers aanspreekt, een boek dat is voorbestemd een klassieker te worden van de Nederlandse literatuur. De Filter Vertaalprijs 2017 gaat naar Robbert-Jan Henkes, voor Bij mij op de maan.

 

Dit juryrapport is op 11 mei 2017 uitgesproken door Linda Pennings (juryvoorzitter) tijdens de feestelijke uitreiking van de Filter Vertaalprijs 2017 op het International Literature Festival Utrecht in Tivoli/Vredenburg.

 

Noten
1 Linguaan 2/2016 en Cultuurfonds.nl: http://www.cultuurfonds.nl/nieuws/nieuwsberichten/karol-lesman-ontvangt-martinus-nijhoff-vertaalprijs, 30 maart 2017.

2 Tie en Tinguely, Webfilter, 20 januari 2017.

3 Schrijvers op walvisjacht. Over Anders gesagt, autrement dit, in other words van Peter Utz, Webfilter, 2 september 2014.